Tijd om de 1250 eens wat beter aan de tand te voelen. Vorige week had ik al een leuk rondje gereden en het kriebelde. Ik wilde meer. Meer sturen. Kijken hoe de fiets zich houdt op smalle kronkelweggetjes. Ik had rond een uur of 10 weg willen rijden, maar wat huiselijke klusjes hadden kennelijk prioriteit – Ik heb beloofd de vuilniszakken weg te brengen en dat was ik natuurlijk vergeten.
Na de klusje hees ik me in mij pak. In Nederland doe ik niet vaak aan vooraf geplande routes. Ik weet meestal wel waar ik naar toe wil. Om de fiets wat beter te leren kennen worden het dus dijkjes. Ik had alleen geen zin om richting het oosten te rijden. De dijk tussen Doetinchem en Amerongen is sowieso nog dicht bij mijn weten en de dijk tussen Nieuwegein en Doetinchem had ik wel even gezien dus… op naar Waver en Waverveen. Lekker een beetje sturen langs de Oude Waver en de Amstel. Goed voor de nodige bochten.

Omdat ik geen route had uitgezet deed ik maar wat. Ik kom in de stuk, ten noorden van Vinkeveen, nooit zo vaak dus op een gegeven moment dacht ik – “Oh, hier ben ik net ook geweest” – Niet dat dat heel vervelend is, want het was een mooi stuk daar langs het Waverveensepad. Gelijk maar even een foto schieten. Koeien in de wei, blauwe lucht met wat wolkjes – Hollandser kan het bijna niet.
Ik kom in de buurt van Ouderkerk aan de Amstel. Ik denk, “O ja, hoe kom ik ook al weer aan de andere kan van sloot..”, maar geen nood. Ik reed al een tijdje achter twee andere motorrijders die volgens mij een route hadden. Die wilde over de Kerkbrug. Die was voorzien van de twee paaltjes met daarop een rood stoplicht en in het midden zo’n uitschuifbare paal die het carter van je wagen sloopt. Aan de andere kant stonden wat auto’s die over het bruggetje heen wilde, maar ja – die moesten achteruit. De twee motorrijders voor mij waren volgens mij aan het twijfelen, maar de voorrijder reed zo over de brug. Ik doe alsof mijn neus bloedt en bij het gezelschap hoor en tuf ze achterna.

Nadat ik aan de andere kant van de Amstel was uitgekomen reed ik lang de sloot richting Ter Aar – Daar heb je van die lekker bochten. Dit keer iets minder lekker want er zat een tractor voor me en het was te druk om er voorbij te gaan. Aangezien ik aan het eind van die weg geen zin had om af te slaan richting Alphen ben ik rechtdoor gereden. Vergeten dan je dan in Leiderdorp uitkomt. Shit. Dan maar de snelweg op en via Zouterwoude weer het land in. Ja mis.
Omdat ik de weg niet ken kwam ik in Zoetermeer uit. Toch maar even gestopt om op de TomTom een punt in te stellen, waar ik ongeveer uit wilde komen. Verkeerd punt – hoewel, ik was wel weg uit de stad, maar ik had het punt precies op een doodlopende weg gezet – hoe verzin je het. Wel een mooie weg. Kennelijk ook geliefd bij vogelspotters. Om de 100 meter stond er wel een auto met een groepje mensen. Die waren allen geïnteresseerd in de-man-in-camo-suite-met-spotting-scope. Ach ja – waarschijnlijk is het zeer zeldzame pielkuttertje neergestreken in het nabij geleden weiland. Ieder zijn ding.

Nadat ik mezelf had bevrijd uit het weiland reed ik verder naar Alpen. Ik wilde eigenlijk naar de andere kant van de Oude Rijn. Dat kan bij Leiderdorp, maar daar kwam ik net vandaag – geen optie. De andere optie die je dan hebt ik bij Hazerwoude-Rijndijk. Leuk klein bruggetje. Vind ook de pleziervaart dus dat ding staat regelmatig open. Nu dus ook. Heb ik weer. Geen nood! Bij Alpen hebben ze tegenwoordig een brug over de Oude Rijn. En wat voor een! Als je een beetje dapper bent kan je met 80+ die bocht nemen. Moet je wel goed rubber hebben. Aangezien ik er TKC’s onder heb zitten doe ik maar rustig aan.
Ik rij een stukje van de ring van Alphen om daarna richting Zevenhoven te rijden. Ik zit wederom achter een groepje, zeg maar gerust een grote groep, motorrijders. Een irritante groep. De motoren stinken naar walmende oldtimers en rijden bijna allemaal met open pijpen. Er wordt ook nauwelijks afgeremd of ruimte gegeven aan de wandelaars. En maar zeuren dat we zo’n slechte naam hebben. Goed bezig jongens! De eerste de beste kans die ik krijg ga ik de andere kant op. Vervolgens kom ik op een weggetje terecht wat meer op een fietspad lijkt, zo smal. Na een paar honderd meter merk ik waar ik ben. Ik rij langs de Kromme Mijdrecht maar aan de westkant. Wel lekker veel bochtjes maar zeer smal en met het hoge riet ook nog eens zeer onoverzichtelijk. Ik wilde krappe bochtjes – hier zijn ze.
Rondje Waverveen
Bij de Hoef besluit ik om rustig richting huis te rijden. Ondanks dat het best winderig was, was het heerlijk rijweer en de 1250 is een fantastische machine. Ik moet alleen wel een opzetruitje ergens zien te scoren want ik ben niet 5 à 10cm te lang voor het huidige ruitje. Voor het motorweekend zal dat niet meer lukken – wat eigenlijk best wel jammer is, maar daarna ga ik zeker een bezoekje brengen aan MDI-online.