Het was vanochtend nog best lekker weer. Het zou wel flink gaan regenen van een uurtje of 2, dus hup naar buiten met dat ding. Waar ik bij de 1600 eigenlijk geen zin meer had om te gaan rijden, kan ik nu gewoon niet wachten. Zet je aan het denk. Heb ik toch te lang gewacht met inruilen?
Ik rij de GSA uit de garage en merk gelijk een groot verschil. “Alsof je een brommer naar buiten rijdt”. Niet dat de GSA zo onwijs licht is maar het scheelt bijna 100 kilo (nou ja rond de 70, zo iets, als ik google mag geloven). Wat ook geen gemis is: lekker zonder zijkoffers rijden. Waar je bij de 1600 eigenlijk mét koffers *moest* rijden – want anders is het echt geen porem, maakt het bij de GSA niets uit. Die zie er altijd goed uit 🙂 De topkoffer mag blijven zitten. Altijd makkelijk om wat Zooi™ mee te nemen.

Omdat de banden krap 10 kilometer jong zijn zullen we die eerst even moeten inrijden, maar eerst wil ik even naar een doodlopende weggetje vol met knotwilgen. Hier wilde in ooit een keer een soort van photoshoot doen van de 1600, maar dat is er nooit van gekomen. Goed begin is het halve werk en ik rij dus naar dat doodlopende weggetje, vlak bij kasteel de Haar. Het verbaast me hoe makkelijk dat ding stuurt. De 1600 was een stuk logger, maar ik douw de GSA zo 180 graden het weggetje in alsof je op een fiets zit. Wel een vetfiets in dit geval, of eigenlijk een hele vette fiets.

Na een paar fotootjes wordt het tijd om de banden te gaan gebruiken. Ik rij richting Woerden, maar dan wel via Kamerik. De “rondweg” bij Kamerik heeft wat leuke bochten. Helemaal toen je er nog 80km/u mocht. Een hele tijd geleden is dat een tijdje gereduceerd naar 60km/u. Voor scientific purposes negeer ik dat maar even. De TKC70 is duidelijk geen 100% straatband en dat merk je althans, ik had het gevoel dat de achterband wat zoekende was naar grip. Ik voelde dat ook een beetje tijdens de proefrit. Het kan dus de band zijn, maar het zal eerder tussen mijn oren zitten. We negeren het voor nu aangezien – zoals gewoonlijk – de fiets en banden tot meer instaat zijn dan de berijder. Dat geldt in ieder geval als ik de berijder ben.
Ik laat Woerden achter me rij gelijk naar de dijkjes – waar je tenminste nog mag rijden. Volgens mij mag je van Wijk bij Duurstede ook al niet meer naar Amerongen. Niet dat dat uit zou maken want een paar groene rakkers met veel invloed in de lokale politiek hebben heel Amerongen motorvrij gemaakt. Je mag dus überhaupt Amerongen niet meer in. Da’s heel grappig als je met het pondje over de Lek komt vanaf Eck en Wiel. Dan moet je dus weer terug, of gewoon lekker Amerongen in rijden, een paar rondjes rijden door die smalle straatjes en zeggen dat je verdwaalt bent.

Tijden het rijden ben ook een beetje aan het rommelen met de informatie die je allemaal tevoorschijn kan toveren in het statusbalkje. Tot mijn schrik zie ik dat er nog maar 1 streepje brandstof in de tank zit. Ik had toch een halve tank mee gekregen gisteren? Dat waren zeker 6 streepjes – Een streepje geeft een actieradius aan van ongeveer 50km. Het hangt er een beetje vanaf of je chill op je fiets zit of dat je wapperend aan het stuur hangt. Dat maakt wel uit, maar gemiddeld mag je aannemen dat een streepje ongeveer 50km is.

Ik denk “verdomme, die tank is lek, die kan niet nu al leeg zijn..”, maar toch was het zo. Ik zat al vanaf 9u op fiets en het was richting 1 uur ‘s middags aan het gaan. Ik was toen in de buurt van Molenaar. Toch even verhaal halen waarom die tank zo snel leeg is 🙂 Wel een goed teken – gewoon 250km weggetikt, zonder tintelende vingers, zonder zadelpijn. Gewoon top. Na de koffie ben ik richting huis gegaan. Het liep tegen tweeën en de donkere wolken voorspelden niet veel goeds. Tanken doe ik een andere keer wel. Moet nog wel kunnen op dat ene streepje.